Prima antwoorden voor mij, want ik ben fel gekant tegen het geweldadige beleid en oorlogsvoering van de huidige staat Israël. En toch deed het pijn. Joods Nederland, seculier en religieus, georganiseerd en ongeorganiseerd, is altijd al een plek van diversiteit en discussie geweest. Zet elf Joden in een zaaltje en je hebt twaalf meningen. Maar na 7 oktober is dat debat pijnlijk. Ben ik Joodse netwerken en vrienden verloren, omdat ik mij actief uitspreek tegen de geweldadigheden van Israël.
Een Europees Joodse identiteit
Van mijn inmiddels 92 jarige vader kreeg ik de overlevingsverhalen uit de oorlog mee. Opa die terugkeerde uit het kamp, oma en hij die onderdoken. Mijn vader, met een fragiel lijf maar sterke geest, wordt fel als hij spreekt over Joodse identiteit en Israël. Van hem leerde ik dat als je de holocaust hebt meegemaakt, het je opdracht is om te zorgen dat 'nie wieder' gestalte krijgt in alles wat je doet en wie je steunt. Hij spuugt dan ook op het genocidale beleid van Israël en hecht veel belang aan Europese Joodse roots met bijbehorende westerse waarden.
Identiteit is nooit een stilstaand bezit. Het is eerder een jas die generaties lang wordt versteld: stukken stof uit het verleden, nieuwe naden van het heden, soms rafels die zichtbaar blijven. Dat geldt misschien wel extra voor Joodse identiteit in Europa. Eeuwenlang waren Joden een volk zonder vaste staat, levend in diaspora, geworteld in tekst, ritueel, herinnering en gemeenschap. De synagoge was mobieler dan een grens. De Talmoed draagbaarder dan een vlag.
Sinds de oprichting van de staat Israël in 1948 is daar een krachtige laag bij gekomen: de symbolische en emotionele band met een Joodse staat. Voor veel Joden, ook in Nederland, werd Israël niet alleen een land, maar een veiligheidsbelofte. Een antwoord op eeuwen vervolging en culminerend in de holocaust. Dat maakt het onderwerp beladen. Want wie spreekt over afstand tot Israël, raakt al snel aan collectief trauma, angst en bestaansrecht.
Toch is het juist nu noodzakelijk om een ongemakkelijke vraag te durven stellen: moeten Nederlandse Joden hun identiteit nog vanzelfsprekend verbinden aan de staat Israël? Of is het tijd om sterker te bouwen aan een Nederlands-Europese Joodse identiteit, geworteld in de democratische, humanistische en pluralistische tradities van Europa? Ik pleit voor het laatste.
Wie vanuit antropologisch perspectief kijkt naar diaspora-gemeenschappen ziet een bekend patroon: migranten en minderheden ontwikkelen vaak meerdere loyaliteiten tegelijk. Ze bewegen tussen herkomst, woonland en verbeelde gemeenschap. Soms versterken die elkaar, soms ontstaan spanningen. De Turkse Nederlander die zich tegelijk Europees en Anatolisch voelt. De Surinaamse Nederlander die meerdere geschiedenissen draagt. Identiteit is zelden enkelvoudig.
Bij Joden speelt daar nog iets bijzonders: het historische besef van kwetsbaarheid. “Nooit meer” is niet alleen een politieke slogan, maar een diep cultureel script. Veel Joden ervaren kritiek op Israël daarom niet als gewone politieke kritiek, maar als een existentiële dreiging. In de definitie van antisemitisme, die ook in Nederland wordt gehanteerd bij tellingen en strafrecht, valt kritiek op de staat Israël, of zeggen dat Joden soms een dubbele loyaliteit hebben, daar ook onder.
Het veilige land is niet meer
Israël ontwikkelt zich in hoog tempo in een richting die veel Europese Joden vervreemdt. Rechts extremisme. Een genocidale oorlogsvoering. Religieus nationalisme. Het rechtssysteem is ondemocratisch, discriminerend, met als dieptepunt de herinvoering van de doodstraf door ophanging en martelingen in Israëlische gevangenissen. Mensenrechtenorganisaties worden gewantrouwd of weggezet als vijandig. De retoriek rond oorlog en veiligheid wordt steeds absoluter. Homorechten en vrijheden die in Europese Joodse gemeenschappen vaak vanzelfsprekend zijn geworden, staan onder druk van conservatieve religieuze krachten.
Regionale adaptie
Wie goed kijkt, ziet dat Israël in sommige opzichten cultureel steeds meer lijkt op de regio waarin het zich bevindt. Dat is op zichzelf niet vreemd. Geen enkel land ontwikkelt zich los van zijn omgeving. Staten nemen, bewust of onbewust, gedragspatronen over van naburige culturen: in omgang met macht, militarisering, religie en vijanddenken. Dat gebeurt overal ter wereld.
Maar precies daar ontstaat voor Europese Joden een identiteitsvraag. Want veel Nederlandse Joden zijn cultureel gevormd door andere waarden: de traditie van debat, rechtsstaat, emancipatie, minderhedenbescherming en individuele vrijheid. De Joodse gemeenschap in Amsterdam is niet dezelfde culturele wereld als die van ultraorthodox Jeruzalem of nationalistisch Tel Aviv. Diaspora-Jodendom heeft zich eeuwenlang juist ontwikkeld in interactie met Europese filosofie, kunst, wetenschap en democratie.
Verschil benoemen is niet antisemitisch
Dat verschil benoemen tussen Israëlisch- en Europees Jodendom is niet antisemitisch.
Sterker nog: het verwarren van kritiek op een staat met haat tegen een volk is gevaarlijk voor iedereen. Het maakt gesprek onmogelijk. Alsof een katholiek automatisch verantwoordelijk zou zijn voor het beleid van Polen, of een moslim voor dat van Saoedi-Arabië. Staten zijn politieke constructies. Religieuze en etnische identiteiten zijn menselijker, diffuser en veel ouder.
De snelle beschuldiging van antisemitisme werkt bovendien paradoxaal. Want wanneer iedere kritiek verdacht wordt gemaakt, verschraalt het publieke debat en groeit onderhuids ressentiment.
Tegelijk vraagt dit onderwerp grote zorgvuldigheid. Want antisemitisme bestaat wel degelijk, ook in Europa, en neemt opnieuw toe. Synagogen moeten bewaakt worden. Joodse studenten voelen zich soms onveilig. Oude stereotypen keren terug in nieuwe vormen. Juist daarom is nuance noodzakelijk: kritiek op beleid van Israël mag nooit een dekmantel worden voor collectieve verdachtmaking van Joden.
Maar het omgekeerde geldt ook: Joden zouden niet gedwongen moeten worden hun identiteit politiek te laten gijzelen door de koers van een regering in Jeruzalem.
Trots op Europees Jodendom
Misschien ligt hier een historische kans. Europese Joden zouden opnieuw kunnen ontdekken dat het Jodendom altijd meer is geweest dan een natiestaat. Een beschaving van vragen stellen. Van leren. Van morele discussie. Van humor als overlevingsstrategie. Van diaspora als kunstvorm. Het Jodendom heeft duizenden jaren bestaan zonder tanks, grenzen of regeringscoalities.
De Nederlandse Joodse identiteit heeft bovendien een eigen geschiedenis. Die loopt via Spinoza, via de Portugese synagoge, via diamantbewerkers, socialistische arbeidersbewegingen, kunstenaars, juristen, cabaretiers en intellectuelen. Het is een geschiedenis die net zo Nederlands als Joods is. Net zo Europees als religieus.
Misschien is dat precies de opgave voor Nederlandse Joden vandaag: niet kiezen tussen Joods-zijn of Europees-zijn, maar erkennen dat hun Joodse identiteit juist Europees geworden is. Dat loyaliteit aan democratische waarden en kritiek op Israël geen verraad is aan het Jodendom, maar er misschien diep mee verbonden ligt.
dr. Danielle Braun is antropoloog, auteur en publicist