Liminaliteit. Zo noemen antropologen de periode tussen oud en nieuw. Het niet - weten. Het ondertussen. Betwixt en between. Onze oude manieren van ontmoeten, handen schudden, werken, gezond zijn, gedachtes over rein en onrein schieten nu te kort. Zijn in een keer ouderwets geworden. Het nieuwe is er nog niet. We weten niet hoe de wereld er uitziet na corona. Gaan we gewoon weer door na even onze vleugels uitschudden? Gaan we dingen echt anders doen? Houden we het mooie vast? Zitten we dan in een recessie? We weten het simpelweg niet.
Liminaal zijn doet rare dingetjes met ons brein. Er treedt een soort kortsluiting op. Tussen excitement en nieuw en tegelijk angst voor het onbekende. Alsof je verliefd bent en je weet nog niet of hij of zij ook op jou is. Je straf- en beloningsdomeinen in je hersenen worden tegelijk geactiveerd. Dat geeft een aantal verschijnselen. Craving kan toenemen; je krijgt meer zin in chips en Tony Chocolony. We krijgen straks vast een after-corona-dieet. Als je verslavingsgevoelig bent, kan je meer drugs of alcohol tot je nemen. Je krijgt een korter lontje en bent wat chagrijniger. En je korte termijn geheugen kan het laten afweten; dat je portemonnee opeens in de koelkast ligt. Ook een kenmerk van liminaliteit is, dat we er graag snel weer uit willen. We roepen tegen onze leiders dat ze DUIDELIJKER MOETEN COMMUNICEREN. De werkelijkheid is dat onze leiders ook niet alles weten en het RIVM ook niet. We willen het ondertussen verkorten en snakken naar heilige data als 6 april en 1 juni. De harde waarheid is dat ook dat maar menselijke bedenksels zijn.
