In trainingen en individuele coachingsgesprekken komt het onderwerp “nieuw” vaak aan de orde. Hoe start ik in een nieuwe functie? Hoe pak ik de leiding in een nieuw team? Hoe verdeel ik rollen in mijn nieuwe directieraad? Hoe ga ik om met die narrige ex-leidinggevende die eigenlijk graag op mijn stoel had gezeten? In het meedenken over die vraag put ik uit leiderschapsliteratuur. En uit een schat aan kennis uit de culturele antropologie, waarin veel, heel veel bekend is over groepsvorming en de komst en ondergang van leiders. Maar ook uit mijn eigen leiderschapservaring.
Toen ik directeur werd van een groot asielzoekerscentrum in Dronten en de drempel overstapte, voelde ik mij nieuwer dan nieuw. Oké, in het selectieproces was alle vertrouwen in mij uitgesproken. Op managementgebied en qua opleiding was ik redelijk overgekwalificeerd. Maar nu moest ik laten zien dat ik ook met mijn – jonge!- voeten in de klei durfde te staan.
Mijn ego, gevoed door enige bewijsdrift, fluisterde me in om direct daadkrachtig over te komen. Wel eens te laten zien wat ik wilde veranderen. Niet te aarzelen bij het nemen van beslissingen. Gelukkig maar dat ik inmiddels wel wijs genoeg was om die verleiding gelijk te onderdrukken en mijn ego het zwijgen op te leggen! Hoe maakte je ook al weer een goede start als nieuwe leider? Drie gouden tips.
De 90 dagen regel.
Wij mensen geven onze nieuwe leider psychologisch ongeveer 90 dagen de tijd om nieuw te zijn. Dat betekent dat je drie maanden de tijd hebt om vragen te stellen, namen een tweede keer te vragen en vergissingen te maken omdat je gebrek aan achtergrond hebt. De grootste fout die nieuwe leiders maken is dat ze die tijd simpelweg niet nemen of verkorten. Ze eisen van zichzelf dat ze al na een maand weten hoe de hazen lopen. Of laten zich opjutten door hun eigen leidinggevende om na een week met een doordacht veranderplan te komen. Stink er niet in! Je hebt namelijk maar één keer de kans om nieuw te zijn. Je kunt niet op een soort herhaling en na vijf maanden nog eens vragen aan een medewerker of je eens een dagje mee mag lopen om het werkproces te doorgronden. Na zes maanden pikt niemand het meer als je zegt: “dat wist ik niet”.
