Over organisatiecultuur wordt veel gezucht, geschreven, gezwoegd en gezweet. We weten wel dat soft controls, cultuur belangrijk zijn naast hard controls. Maar het is zo’n lastig onderwerp om concreet te maken. Als mensen bij mij in een training komen of bij de leergang Corporate antropologie – aan de slag met organisatiecultuur en ik vraag hen wat ze komen doen, dan gaan mensen vaak allerlei bouwende en stapelende gebaren maken met hun handen. Alsof je probeert cultuur ‘vast te pakken’.
Een bekende antropoloog, Bateson, zei eens: ‘als je je hand opsteekt en ernaar kijkt, wat zie je dan? De meeste mensen zien dan vijf vingers. Maar een antropoloog ziet de ruimte tússen de vingers’. Cultuur gaat over de ruimte tussen mensen in. De onzichtbare lijntjes die mensen verbinden. De white spaces, of roze, bruine, groene, rode, blauwe ‘in between people’. Daar zit cultuur.
In ons managementdenken en MBA-achtige opleidingen overheerst het psychologisch paradigma als we naar organisaties en groepsdynamiek kijken. We interveniëren op individueel niveau. Stel: Annemarie werkt in een team. Het gaat niet zo goed met Annemarie in het team. Dat spreek je haar individueel aan. Zo hoop je dat Annemarie haar overtuigingen verandert, daardoor haar gedrag en werkprestaties bijstelt en dat zo de samenwerking en sfeer in het hele team verbetert. De knop om aan te draaien is dan het individu. Soms is dat effectief. Vaak ook niet.


