Van te veel inspraak kan je ook ongelukkig worden - column DFT 20 januari
We willen allemaal gehoord worden. Meepraten. Betrokken zijn bij besluitvorming. De afgelopen 70 jaar hebben we op alle terreinen zeggenschap gekregen. Onze leiders luisteren. In kerken, regeringen, families, organisaties. Hiërarchie is verzacht. We evalueren op twitter de baard van de koning, checken online de expertise van de dokter en geven feedback aan onze baas. De laatste 10 jaar zijn we op het gebied van inspraak in een stroomversnelling terecht gekomen. We co-creëren, buurt regisseren, werken in zelfsturende teams, vergaderen sociocratisch, deep-democratisch, voeren kampvuurgesprekken. We brengen 'the whole system in the room' en wagen het niet om een verandering in te voeren zonder check door leerling raad, cliëntenraad, klantenpanel, ervaringsdeskundigen, testouderen. Leiders zijn aanraakbaar geworden.
Je zou dan ook denken dat we heel erg tevreden zijn over onze statuspositie. Dat we ons gezien en gehoord voelen. Toch is dat niet zo. We protesteren, marcheren, zijn boos, trekken gele hesjes aan, raken burn-out of swipen van baan naar baan als het ons niet bevalt. We stemmen en masse op vijftig tinten grijs leiders en zoeken weer managers met doorzetmacht. En thuis willen niet meer dat symbiotische getuttel tussen de lakens maar gaan we voor woest aantrekkelijke onderwerping.
Goed verklaarbaar vanuit de machts-afstandreductietheorie van prof sociale psychologie Mauk Mulder. Volgens de regels der normale logica zou het zo werken dat als je macht verdeelt, dus inspraak geeft aan medewerkers, volk, patiënten, leerlingen, klanten, mensen tevredener worden. Dat is zo, maar tot een bepaald optimum. Daarna wordt je weer ontevredener en strijdlustiger, omdat de top van de apenrots gloort, maar je die net niet aantikt. Dan wordt je een Bokito aap die de reële kans heeft de opperaapjes v.d. troon te stoten. En als dat niet lukt wordt je narrig. Spring je op je trekker en rijd je naar het malieveld. Entameer je een vertrouwensbreuk tegen je CEO. Open je een me-too dossiertje tegen een politicus. We zijn in ons oerbrein nog steeds tribale wezens. Wij mensen spelen de hele dag apenrots spelletjes. Als we kans zien ons omhoog te werken op de sociale ladder dan doen we dat. Sociaal verlies is voor ons brein nog pijnlijker dan een klap met een hamer op je vinger.
Lastig voor bestuurders, politici en managers. Geef je heel veel zeggenschap en communiceer je je rot, maar het is nooit genoeg en dan komt er een punt dat je denkt 'en nou #%&*! beslis ik alles weer lekker zelf, fuck mijn OR'. En dan heb je weer een vijftig tinten grijs leider aan de top. Het is een lemniscaat beweging. Van te veel autoriteit en gecentraliseerde macht worden we heel ongelukkig. Van homeopathische verdunde macht en het ontbreken van hiërarchie ook. Dus swingen we op en neer. Op zoek naar de ultieme balans.