decision-4083469_1280

Nationaal stressdebat op TV. Een parade van korte meningen en inzichten rondom stress en burn-out van wel heel diverse pluimage. Hoogtepunt in de stortvloed is een stevige discussie over het groeiend aantal burn-out- en stresscoaches in Nederland en of hun aanpak werkt en verantwoord is. Psychiater Esther van Fenema gooit een stevige knuppel in het hoenderhok van coachend Nederland met de term ‘mentale kwakzalverij’ en haar uitspraak ‘het brein is geen doos waar iedereen maar met zijn tengels aan mag zitten’.

Applaus door een aantal collega psychiaters en psychologen volgt in de schrijvende en sociale media. Maar ook hele stevige boze kritiek van coaches en beroepsverenigingen. Ik stort me er een uur lekker in. Ik deel de mening van Fenema; vind voorzichtigheid écht geboden en zie grensoverschrijding in het coachvak naast hele mooie resultaten. Breinproblemen? Afblijven. Dat leidt tot intens gesprek op twitter met een aantal zeer gewaardeerde coaches en ervaringsdeskundigen in mijn netwerk. ‘Hoezo afblijven? De GGZ heeft toch niet het waarheidsmonopolie als het om menselijke aandacht gaat?’ Daar was jij toch van Braun? 140 Tekens blijken te weinig voor een genuanceerd gesprek. Een gesprek dat ik erg belangrijk vind. Omdat ik mij met opleidingen Antropologie en Deep Democracy in het beroepsveld beweeg. Omdat ik executive teamcoaching aan de VU heb gedoceerd. Om mijzelf, als professional scherp te houden; want hoewel ik mijzelf geen ‘coach’ noem, voer ik binnen leiderschapstrajecten en in begeleiding van boards wél coachende gesprekken. En om mijn eigen bagage en ervaringen eens onder de loep te nemen. In dit artikel deel ik graag mijn zoektocht met je. In drie casussen. Onderzoek ik mijn grens tussen ‘eraan zitten en eraf blijven’. Aan het brein. Dat onderzoek is persoonlijk. N is 1. Niet gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, maar op eigen ervaring. Om herkenbaarheid te voorkomen heb ik werkomgevingen en situaties gemixed en veranderd. Het lijkt me gaaf als je in de comments jouw ervaringen en meningen deelt. Om met z’n allen beter te worden. Misschien voorzichtiger. Of juist niet. Doe je mee? Onder de hashtack #afblijven?

Fusie

Ik begeleid een fusieproces tussen een aantal hele grote tandartspraktijken. Er is maar één nieuwe directeurspost te vergeven. Twee van de praktijkdirecteuren maken kans op de gewilde positie. En vechten elkaar nu in het aanloopproces de tent uit. Samenwerking wordt moeilijker, verhoudingen verharden, het praktijkteam krijgt er last van. Ik begeleid het bestuur van het samenwerkingsverband in de fusie en raad hen aan om snel tot keuze te komen. Om allerlei andere bedrijfsmatige redenen stagneert dat en vragen ze mij om enkele gesprekken te voeren met de twee kemphanen, omdat de situatie onwerkbaar wordt. Dat doe ik. Met een goed gevulde rugtas vol dialoogvormen en bemiddelingstools. Al snel gaat het niet meer alleen over takenpakketten en gedrag in de vergaderingen. Maar over diepe verlangens, carrièrewensen en hoop. Een van de directeuren krijgt het plotseling heel moeilijk. Een achtergrond als vluchteling. Ambitie om het ook in dit nieuwe land te maken. Druk van ouders en sociale omgeving. Oorlogstrauma’s… het komt allemaal opeens snel naar boven nu er een 50% kans is dat hij zijn huidige directeursfunctie gaat verliezen. Schaamte volgt direct; dat juist door deze kwetsbaarheid zijn kans op de gewilde positie afneemt. Mijn grens: ik besluit de gezamenlijke gesprekken snel te begrenzen en er een ander karakter aan te geven; er is te veel risico op meer schade voor met name de ene directeur. We beperken ons tot hele kernachtige afspraken over omgang met elkaar in de vergaderingen en hoe je netjes met elkaar de procedure in gaat. We maken twee vervolgafspraken om te monitoren of iedereen zich daaraan houdt. Ik koppel terug naar het bestuur zonder op de details in te gaan; dat zou het selectieproces kunnen beïnvloeden en het is niet aan mij om daarin advies te geven. Mijn grens aan de coachings-diepgang? Ik kan eigenlijk wel wat met oorlogstrauma’s als ex-directeur van een centrum voor mensen met psychiatrische klachten binnen de asielopvang. En ook vanuit mijn eigen -joodse- achtergrond weet ik er genoeg van. Ben er niet bang voor. Zou best wat gesprekken kunnen voeren en deze meneer verder kunnen helpen. Denk dat mijn aandacht en herkenning hem goed zouden doen en rust in de tent zouden kunnen brengen. Voel me er stevig genoeg voor en we hebben een klik. Maar ik doe het niet. Zijn trauma’s komen zó snel naar boven, dat ik niet uitsluit dat zijn mentale gezondheid plotseling snel kan verslechteren. ‘Eraan komen’, al is het maar een beetje, blijkt erg snel te veel voor deze man. Ben daar dus heel snel mee gestopt. Hier is mogelijk expertise nodig die ik niet heb. Misschien zelfs tijdelijk medicatie. Natuurlijk ben ik niet zomaar weggerend. Maar met een goede doorverwijzing naar Centrum 40-45, gespecialiseerd in oorlogtrauma’s. Met een check of wachten op de intake nog wel ging. Met het advies om dezelfde week nog een gesprek met de huisarts te hebben, zodat die op de hoogte was als het opeens toch bergafwaarts zou gaan. Met een hele big hug met biggeltranen van ons allebei. Afblijven.

Training over ranking

Ik geef trainingen met de naam Own Your Rank. Die gaan over macht en politieke processen in organisaties. En hoe je je daartoe verhoudt. Hoe je zelf positie pakt. Meer ruimte inneemt en jezelf laat zien. Of juist gas terug neemt als je te horen krijgt dat je best dominant bent. Het is de cursus in mijn pakket die het dichtste raakt aan persoonlijke ontwikkeling. Groepsgewijs, maar er zitten best veel momenten in van individuele reflectie en coaching. Onderling tussen de deelnemers en met mij als begeleider. De training trekt hele stevige (aanstormende) leiders aan. En juist mensen die wat zoeken, die mismatchen op ranking. Die mix is gaaf. Leerzaam voor iedereen. In een van de trainingsgroepen zit Alexandra. En Alexandra is… anders. Dat merkt iedereen. Van meet af aan. Een onwijs geestig mens, maar ongrijpbaar. Breekbaar ook. Afwijkende kledingkeuze. Gaat op onhandige momenten koffie halen als we net bezig zijn. Maakt contact zonder er echt te zijn. Al in de check-in voorstelronde pakt Alexandra het woord. Ze vertelt met bibberstem en rood hoofd dat ze autisme heeft. Die diagnose heeft ze pas gekregen na een lange weg in de GGZ en het alternatieve circuit. Dat ze nu eindelijk een hele goeie behandelaar heeft. Ze hoorde van deze training via een collega op het wetenschappelijk instituut waar ze heel briljant onderzoekswerk doet. En wilde graag mee doen. Omdat ze leidinggevende ambities heeft. Ze heeft het met haar behandelaar besproken. En die vond het een goed idee. Misschien dat het aanleren van cognitieve vaardigheden over ranking Alexandra zou helpen. Want intuïtief snapt ze het echt niet zo heel goed. Is op zijn zachts gezegd nogal klumpsie. Ik merk dat ik even twijfel al laat ik dat niet merken aan de groep. Is het wel oké dat ze dit doet, ze is wel héél autistisch… En krijgen andere deelnemers zo niet te weinig aandacht? Alexandra blijft. En ik ‘mag eraan zitten’. Geef haar stevige feedback als ze oefeningen doet die gaan over non-verbale communicatie. Probeer haar rijtjes en regels te geven voor datgene wat ze niet kan voelen. Spreek haar aan op de irritante koffiemomenten. Andere deelnemers gaan dat ook doen. Alexandra krijgt een complete kledingstijl make-over en advies om haar profielfoto toch echt heel snel te veranderen. En we hebben daar, inclusief Alexandra, enorm veel lol mee. Dat kan ze goed hebben, ondanks een keer rode ogen. En het is waanzinnig leerzaam voor ons allemaal. Niemand komt tekort. Integendeel. Want doordat Alexandra zo hard aan het leren is, gaat de rest dat ook doen. En durft veel kwetsbaarder te zijn dan ooit in een training als deze. We besluiten en groupe dat we allemaal maar wat aanklooien met macht en ranking in het leven. Erg relativerend. Aan het einde van de eerste dag check ik even apart met Alexandra hoe het gaat. Ze stapt vrolijk en met een nog altijd onhandige handdruk de auto in. Ik vraag haar of ze op korte termijn nog een afspraak met haar behandelaar heeft staan om alles nog eens door te nemen wat we hier doen. Dat had ze zelf ook al geregeld. Mijn grens? Heel snel verlegd. Lekker aanzitten.

Boardroombegeleiding

Ik begeleid een directieteam van vijf mensen in een grote salesorganisatie. Ze willen beter samenwerken. We gaan aan de slag. Nemen de overlegstructuur door. Kijken hoe de divisies, taken en portefeuilles zijn verdeeld en herstructureren dat. Ik doe coaching on the job bij de vergaderingen en help de heel vriendelijke, wat zachte, introverte voorzitter om sneller en daadkrachtiger tot gedragen besluiten te komen. Met de tools die ik daar vaak voor gebruik. We starten onderlinge intervise op in de vorm van ‘kampvuurgesprekken’ wat tot diepgaand onderling meedenken leidt. Het gaat goed met het team. We boeken echt resultaat. En toch…. Blijft er iets raars in deze board hangen. Ik ben in dit soort gevallen gewend om ‘een body scan’ te doen. Mijn onderbuikgevoel heel serieus te nemen en mijzelf te bevragen of datgene wat ik ervaar ‘van mij’ is of van de organisatie of het team waar ik mee werk. Wat ik ‘voel’ is een soort grijze deken over het team. Het is steeds maar zo stil. Niet fijn stil. Mensen zijn bijna té beleefd tegen elkaar. Echte feedback wordt niet gegeven. Na een besluit van de voorzitter gaan mensen toch stiekem hun eigen gang. Maar echt nasty of concurrrend is het zeker niet. Integendeel; mensen zorgen goed voor elkaar. Ik besluit mijn observaties te delen in de volgende bijeenkomst. En weer… blijft het unheimisch stil. Ongemakkelijk. Ik laat het rusten. Snap niet zo goed wat er gebeurt, maar snap wel dat het ‘groot’ is. Na de vergadering blijf ik nahangen met de directievoorzitter. We pakken koffie erbij. Hij doet de deur dicht. Totale vermoeidheid en leegheid hangt voelbaar in de ruimte. Ik vraag ‘hoe gaat het eigenlijk met jou’. Dan volgt het gesprek. Over dat het helemaal niet goed gaat. Dat hij nog vier jaar door moet tot zijn pensioen, maar zo ontzettend moe is. Eigenlijk niet meer meekomt. Voorbij wordt gestreefd door de mensen aan wie hij leiding geeft. Zijn targets hem letterlijk verstikken. Hij volgende week op vakantie moet, maar geen energie heeft om zijn koffers te pakken. Zijn hoofd hangt naar beneden. Totaal in zichzelf gekeerd. Ik voel direct dat het ernstig is. Voel diepe compassie en mededogen met deze man. Het is niet aan mij als niet psychiater om diagnoses te stellen. Maar moeilijk is het niet. Het woord suïcidaal en depressief komt keihard binnen in mijn intuïtie en vanuit professionele DSM kennis opgedaan als politieverhoorder. In een minuut weet ik wat ik al die tijd al voelde in dit team. De andere directieleden sparen deze man. Zijn eigenlijk niet zo blij meer. Maar ze voelen onbewust zijn verdriet. Dat is nooit besproken. Maar kritiek op zijn voorzitterschap geven: zouden ze nooit doen. Want het is echt een fantastisch lief mens. Ik luister. Lang. En met al mijn professionalisme en mens zijn. Tuurlijk ben ik er. Maar ik weet ook dat het buiten mijn boekje gaat om de echte vragen te stellen. Of advies te geven. Dus luister ik alleen maar. De voorzitter vraagt wat hij moet doen: thuis blijven of doorwerken? Wel of niet op vakantie gaan? Ik zeg dat ik dat oprecht niet kan zeggen. Dat dat voor iedereen zo anders is. Dat ik wel denk dat hij snel en dringend hulp nodig heeft. Dat het eigenlijk gewoon verre van goed gaat. Ik help een korte termijn plan te maken. In het hier en nu. Hoe ga je zo naar huis, wie is daar, wil je alsjeblieft zo direct je huisarts bellen en vandaag nog daar aan tafel zitten, wil je me dan vanavond even een appje sturen om te laten weten dat je goed bent thuisgekomen en je je huisarts hebt gebeld, geef me even het nummer van je vrouw voor als je niet appt. Dat doet hij. Na het appje blijf ik er af. Het is niet aan mij. Te groot. Te zwaar. Ook voor mijzelf. Een week later bellen we. De vakantie is afgezegd. De voorzitter is met spoed doorverwezen. Hij blijft wel werken zo lang het gaat. Een paar uurtjes per dag. Hij vraagt of ik erbij wil zijn als hij vertelt wat er aan de hand is in het directieteam. Afspraken maken over het voorzitterschap als hij er soms niet is. Natuurlijk wil ik dat. Opluchting alom. Maar daarna… drinken we nog een kop koffie. Mijmeren wat in stilte. Zeggen ‘het is wat’. En dan ga ik. Want een hulpverlenend gesprek op dit moment? Is écht niet aan mij. Liefdevol afblijven.

Namijmeren

Wat maakt dat ik doe wat ik doe? Ach, ik doe ook maar wat. Zoals wij allemaal waarschijnlijk, of je nu coach of GGZ’er bent. Maar niet helemaal… In mijn rugtas zit een stevige opleiding executive coaching van Erik de Haan en Yvonne Burger. Rijkdom. Ook daar ging het over grenzen. Allerlei aanpalende opleidingen volgden. Zodat ik er soms ‘best aan durf te komen’. In mijn tijd bij de politie ben ik opgeleid tot verhoorspecialist. En ken de DSM daarvoor uit mijn hoofd. Omdat je je verhoor anders inricht als je met een autist, psychopaat, iemand in een psychotische waan, narcist,… voor je hebt. Daar heb ik ook geleerd dat je die ‘indicatie van mogelijke diagnose’ wel in je achterhoofd houdt en als richtinggever kunt gebruiken, maar nooit en nooit en echt nooit verbaal uit. Want je bent geen psychiater en het is écht niet aan jou. Immoreel en bovendien killing in een rechtszaak. Ik werkte als asielopvangdirecteur bij het COA en in een specialistische centrum voor asielzoekers met psychiatrische problematiek en coördineerde de opvang van minderjatige asielzoekers en kindsoldaten. Daar heb ik letterlijk het klappen van de zweep geleerd. Kon aardig meepraten met de breefing elke ochtend met de dienstdoende psychater. Ik val niet om van een beetje aggressieve acting-out en deins niet terug voor gevaar. Heb wat ‘springers van een dak moeten praten’ tot de dienstdoende crisesdienst er was en heb ‘suïcides opgeruimd’, zoals wij dat eufemistisch noemden. Maar ook daar heb ik geleerd dat ik geen psychiater ben. En heb soms in stevig gesprek grenzen verkend die gingen over ‘ik bepaal wat er in mijn centrum gebeurt en ben verantwoordelijk voor de veiligheid hier’ en ‘jij als psychiater bepaalt wat er nu met deze mevrouw gebeurt’. En last but not least… heb ik ook mijn persoonlijke ervaringen. En die zijn bepalend voor mijn keuze om de strenge woorden van Esther van Fenema te beamen: ‘met je tengels van psychische problematiek afblijven’. Want ook ik zelf… ken depressie van binnenuit. En heb helaas ervaren dat goedwillende ‘coaches’ soms meer goed kwaad dan goed doen. Van de regen in de drup. Met het gevolg dat ik wellicht zieker ben geworden dan nodig was. Verwarder werd dan had gehoeven. Aandacht is goud. Altijd. En nee, de GGZ is verre van onfeilbaar, wachtlijsten zijn killing en sommige BIGers ronduit ijskoud. Maar soms is coaching gewoon niet genoeg. Is ondeskundig peuteren aan het brein zelfs gevaarlijk. Ik ben hersteld. Heel erg goed. Older and wiser dan ooit ervoor. Ken mijn eigen handleiding uit en te na. Maar als ik te vaak ‘s nachts artikelen schrijf zoals deze… meld ik me bij een professionale breindokter. En dus níet bij een coach of ervaringsdeskundige.

Coach? GGZer? Ervaringsdeskundige? Leider?

Praat je mee op LI en twitter met de hashtack #afblijven?

Dr. Danielle Braun is corporate antropoloog. Reist de wereld rond op zoek naar wat we van tribes overal op de wereld kunnen leren over onze eigen samenleving. Schrijver van de boeken ‘de Corporate Tribe’ ‘Building Tribes’ en Da’s Gek’. Ze spreekt en schrijft over organisatiecultuur. Begeleidt leiders bij conflict en verandering. Ze is Directeur van de Academie voor Organisatiecultuur. Onder de titel #antropoloogdesvaderlands geeft ze duiding aan de dingen die om ons heen gebeuren. In Januari staat Danielle met een theater op de planken van zes theaters in Nederland.